Overal personeelstekort. Maar hoe makkelijk vind je ander werk? - kennisartikel

408.000 mensen waren in september 2026 werkloos. Dat is 4,0 procent van de Nederlandse beroepsbevolking. Tegelijkertijd zijn er beroepen waarin werkgevers moeite hebben om medewerkers te vinden. Hoe kan dat? En wat betekent het als je zelf ander werk wilt? CBS
‘Met jouw ervaring heb je toch zo een andere baan?’ Het is meestal goed bedoeld. Maar wie vervolgens sollicitatie na sollicitatie verstuurt, kan er behoorlijk moedeloos van worden. Blijkbaar zoekt iedereen personeel, behalve jou.
De verklaring is dat er grote verschillen zijn tussen beroepen, regio’s en de mogelijkheden van werkzoekenden. De arbeidsmarkt biedt kansen, maar die zijn ongelijk verdeeld.
Hoe staat de arbeidsmarkt ervoor?
In het tweede kwartaal van 2026 waren er volgens het CBS 95 vacatures per 100 mensen die een baan zoeken. Het aantal openstaande vacatures daalde dat kwartaal licht. In september bedroeg de werkloosheid 4,0 procent; over de voorafgaande drie maanden nam het aantal werkzoekenden gemiddeld met 5.000 per maand toe. CBS
Die verhouding van vacatures en werklozen lijkt overzichtelijk. Bijna voor iedereen een baan beschikbaar, zou je denken. Alleen werkt de arbeidsmarkt niet als een stoelendans waarbij iedereen op iedere stoel kan gaan zitten.
Een vacature voor een verpleegkundige vraagt andere kennis en bevoegdheden dan een vacature voor een financieel medewerker. Ook moeten de locatie, werktijden, arbeidsvoorwaarden en belastbaarheid aansluiten. Er kunnen dus tegelijkertijd personeelstekorten én mensen zonder werk zijn.
Bovendien vertellen werkloosheidscijfers maar een deel van het verhaal. Wie betaald werk heeft en iets anders zoekt, telt niet mee als werkloze. Voor die persoon is de vraag niet óf er werk is, maar of er ander werk is dat beter past.
Welke beroepen bieden goede kansen?
UWV publiceert overzichten van kansrijke beroepen: beroepen waarin werkzoekenden relatief goede mogelijkheden hebben om aan de slag te gaan. Veel van deze beroepen bevinden zich in de bouw, energie- en installatietechniek, transport en logistiek, zorg en horeca.
In 2026 kwamen onder meer dierenartsassistenten, metselaars en voegers, budgetconsulenten en facilitair managers op de lijst. Dat laat zien dat kansen op verschillende opleidingsniveaus liggen. UWV
Toch betekent ‘kansrijk’ niet dat je morgen kunt beginnen. Voor sommige beroepen heb je een specifieke opleiding, registratie of certificaat nodig.
Voor een loopbaanonderzoek zijn daarom twee vragen nodig: is er vraag naar dit werk, en wat is er nodig om erin te kunnen instromen? Een interessante richting wordt pas een concrete mogelijkheid als ook de route ernaartoe duidelijk wordt.
Welke beroepen bieden minder kansen?
Volgens UWV zijn de baankansen onder meer beperkt voor data-invoermedewerkers en postkamermedewerkers. Digitalisering neemt daar veel herhalende werkzaamheden over.
Ook tekstschrijvers, vertalers, grafisch vormgevers en accountmanagers in de reclame staan op de lijst met minder kansrijke beroepen. UWV wijst daarbij onder andere op de invloed van AI op taal- en creatieve werkzaamheden. Daarnaast zijn er beroepen, zoals dierenverzorger en fotograaf, waarvoor de belangstelling groot is ten opzichte van het beschikbare werk. UWV
Voor loopbaanbegeleiding is de vervolgvraag dus: wat maakt deze richting moeilijk, en zijn er aangrenzende mogelijkheden? Iemand die graag schrijft, kan bijvoorbeeld onderzoeken in welke functies schrijven samengaat met andere kennis of verantwoordelijkheden. Het onderzoek begint bij wat iemand aantrekkelijk vindt aan het werk en welke mogelijkheden daarvoor bestaan.
Hoeveel maakt het uit waar je woont?
Veel. Een landelijke beroepenlijst geeft richting, maar zegt nog niet hoeveel mogelijkheden er binnen jouw reisafstand zijn.
UWV noemt verpleegkundigen, vrachtwagenchauffeurs en hoveniers als voorbeelden van beroepen die in heel Nederland kansrijk zijn. Andere kansen hangen sterker samen met regionale bedrijvigheid. Denk aan scheeps- en jachtbouw in Drechtsteden, functies op Schiphol in Groot Amsterdam en beeld-, geluid- en uitzendtechniek in Gooi en Vechtstreek. Voor elk van de 35 arbeidsmarktregio’s publiceert UWV een eigen overzicht. UWV
Een praktisch loopbaanonderzoek kijkt daarom ook naar de kaart. Welke werkgevers zitten er in de omgeving? Hoe ver wil iemand reizen? Is verhuizen een optie? Kan een deel van het werk op afstand?
Soms blijkt een gewenste richting dichtbij nauwelijks voor te komen. Dan kan het helpen de zoekcirkel iets groter te maken of andere functienamen te gebruiken.
Wie vindt het snelst een baan?
Leeftijd maakt verschil, blijkt uit CBS-onderzoek dat in mei 2025 verscheen. Het CBS volgde mensen die in 2022 de WW instroomden. Na twaalf maanden had 64 procent van de jongeren tot 25 jaar een nieuwe baan zonder WW-uitkering. Bij 45- tot 55-jarigen was dat 48 procent en bij mensen van 55 jaar tot de AOW-leeftijd 31 procent. CBS
Dit zijn geen voorspellingen voor individuele werkzoekenden in 2026. Het gaat om een specifieke groep in een eerdere periode. Maar de verschillen laten wel zien waarom ‘er is toch werk genoeg’ geen recht doet aan ieders situatie.
Ook meet dit onderzoek een andere situatie dan die van iemand die vanuit een bestaande baan vrijwillig overstapt. Je kunt deze percentages dus niet gebruiken om te berekenen hoeveel kans een werkende vijftiger op een andere functie heeft.
Voor loopbaanadviseurs vraagt dit om realisme én aandacht voor de persoon. Welke ervaring kan iemand meenemen? Welke eisen stellen werkgevers? Waar zitten mogelijke belemmeringen? En welke stappen kunnen helpen om die te verkleinen?
Hoe lang duurt het om ander werk te vinden?
Daar is geen algemeen antwoord op dat voor iedere overstapper bruikbaar is. Zelfs cijfers over werkhervatting vragen om uitleg.
In het genoemde CBS-onderzoek had na drie maanden 25 procent van de oorspronkelijke WW-instroomgroep een nieuwe baan zonder WW. Na zes maanden was dat 41 procent en na twaalf maanden 51 procent. Daarnaast waren er mensen die werk combineerden met WW. ‘Een baan gevonden’ en ‘geen uitkering meer ontvangen’ zijn dus verschillende zaken. CBS
Voor iemand die ander werk wil, helpt het om eerst vast te stellen hoe groot de overstap is:
Hetzelfde beroep bij een andere werkgever: onderzoeken waar de eigen ervaring aansluit.
Een verwante functie: duidelijk maken welke kennis en vaardigheden overdraagbaar zijn.
Een nieuw beroep: uitzoeken welke scholing, ervaring en eventuele bevoegdheden nodig zijn.
Een overstap kan bovendien in stappen verlopen. Via een interne doorplaatsing, een opleiding naast het werk of een functie waarin iemand alvast relevante ervaring opdoet. De vraag wordt dan: wat is een haalbare volgende stap, gegeven mijn uitgangspositie?
Soms is het niet te begrijpen In mijn praktijk maakte ik mensen mee die alles mee leken te hebben: 36 jaar, al een paar jaar mooie werkervaring, op zoek naar een functie waarvoor ze de opleiding en ervaring hadden in een sector die mensen zocht. En toch duurde het meer dan een jaar voor ze in een volgende baan konden beginnen.
Of: bijna zestig, werkervaring op bij één werkgever, niet bereid te verhuizen, en toch binnen drie maanden een goede nieuwe plek. Als ik één ding heb geleerd in 25 jaar loopbaanbegeleiding is het wel dat het al dan niet vinden van een baan soms niet te verklaren is.
Wat betekent dit voor loopbaanbegeleiding?
Arbeidsmarktinformatie hoort thuis in een loopbaantraject. Ze helpt om wensen te toetsen, mogelijkheden te ontdekken en plannen concreter te maken.
Wie alleen kijkt naar personeelstekorten, kan terechtkomen in werk dat wel beschikbaar is, maar weinig voldoening geeft. Wie alleen onderzoekt wat leuk lijkt, kan belangrijke instroomeisen of beperkte mogelijkheden over het hoofd zien.
Goed loopbaanonderzoek brengt daarom drie dingen bij elkaar: wat iemand wil, wat iemand kan en waar mogelijkheden zijn om daarmee aan het werk te gaan. Dat vraagt om meer dan vacatures lezen. Praat met mensen die het werk doen. Vraag werkgevers hoe zij naar zij-instromers kijken. Onderzoek welke eisen noodzakelijk zijn en welke vaardigheden onderweg kunnen worden geleerd. Kijk zo mogelijk een dag mee.
Arbeidsmarktinformatie geeft geen garantie op een geslaagde overstap. Ze geeft wel informatie waarmee je een volgende stap beter kunt voorbereiden. Dat is een stuk bruikbaarder dan de geruststelling dat iedereen tegenwoordig overal aan de slag kan.
Bronnen
Stand van zaken: 22 oktober 2026. De cijfers over werkhervatting betreffen mensen die in 2022 de WW instroomden; dit staat los van de actuele maandcijfers over werkloosheid.







Opmerkingen