Wie heeft deze tekst eigenlijk geschreven? Van Tipp-Ex naar ChatGPT
Bijgewerkt op: 23 aug

Tegenwoordig zet ik dit onder mijn kennisartikelen en andere schrijfsels:
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking tussen mens en technologie.
Van de auteur (Heidi Jansen): de keuze van het onderwerp, de inhoudelijke invalshoeken, de vragen en prompts, de afbakening van het onderzoek, de beoordeling van bronnen, inhoudelijke keuzes, aanvullingen, tekstwijzigingen en eindredactie. Met ruim 30 jaar ervaring in loopbaanadvies en het opleiden van loopbaanprofessionals is de auteur verantwoordelijk voor de uiteindelijke inhoud.
Google en Google Scholar: het zoeken naar relevante vakliteratuur, wetenschappelijke publicaties en oorspronkelijke bronnen en het controleren en verifiëren van gevonden bronverwijzingen.
Microsoft Word: tekstverwerking en spelling- en grammaticacontrole.
ChatGPT: ondersteuning bij onderzoek en het vinden en verwerken van relevante bronnen, meedenken over inhoud en structuur en het formuleren van een eerste versie van de tekst.
Kortom: AI hielp bij het zoeken, analyseren en schrijven. Google en Google Scholar werden gebruikt om literatuur en oorspronkelijke bronnen te vinden en te controleren. De keuzes, expertise, beoordeling en eindverantwoordelijkheid zijn menselijk.
De discussie over het gebruik van AI bij het schrijven is volop gaande. Er wordt inmiddels ook gewerkt met technieken waarmee zichtbaar kan worden dat AI bij het maken van een tekst betrokken is geweest.
Prima, wat mij betreft. Het kan maar duidelijk zijn. Maar het zette me ook aan het denken.
Want als je werkelijk inzichtelijk wilt maken hoe een tekst tot stand komt, is AI natuurlijk maar één van de hulpmiddelen.
Word corrigeert mijn spelling. Google helpt mij zoeken. Google Scholar brengt mij bij wetenschappelijke publicaties. Een zoekmachine verwijst me naar een bron waarvan ik vroeger misschien niet eens had geweten dat die bestond.
En nog niet eens zo heel lang geleden zag het schrijven van een artikel er behoorlijk anders uit.
Je schreef met de hand of op een typemachine.
Je ging naar een bibliotheek om informatie te zoeken.
Je bladerde door kaartenbakken, registers en catalogi, vroeg een bibliothecaris om hulp en zocht vervolgens het boek of tijdschrift zelf op. Soms kwam daar microfilm aan te pas.
Interessante artikelen werden gekopieerd.
Bronnen hield je zelf bij. Soms in een eigen kaartenbak met onderwerpen en verwijzingen.
En als je na twintig pagina’s bedacht dat je op pagina drie toch iets anders wilde formuleren, had je een probleem van een orde die de huidige Ctrl-Z-generatie zich nauwelijks nog kan voorstellen.
Poeh.
Ik ben behoorlijk blij met al die technologie. Er gaat misschien wat charme verloren. Maar ik verlang eerlijk gezegd niet terug naar Tipp-Ex, kaartenbakken en drie uur zoeken naar één artikel dat uiteindelijk helemaal niet bleek te gaan over wat ik zocht.
Wat volgens mij wél belangrijker wordt, is dat we preciezer worden over auteurschap.
Want transparantie over het gebruikte gereedschap is nog iets anders dan de vraag van wie een tekst is. Word is geen mede-auteur omdat het een woord verbetert. Google Scholar is geen mede-auteur omdat het mij naar een onderzoek brengt. En AI wordt ook niet automatisch de auteur omdat het meedenkt over structuur, bronnen aandraagt of een eerste formulering maakt.
Voor mij zit auteurschap vooral in iets anders:
Wie bepaalde waar het over moest gaan?
Wie stelde de vragen?
Wie beoordeelde de bronnen?
Wie maakte de inhoudelijke keuzes?
Wie veranderde, schrapte en voegde toe?
En vooral: wie neemt verantwoordelijkheid voor wat er uiteindelijk staat? Om een goede tekst te maken heb je inhoudelijke kennis nodig en die laat zich zien in de antwoorden op de vragen hierboven.
Misschien geeft dát uiteindelijk een interessantere discussie dan alleen de vraag: is hier AI bij gebruikt?







Opmerkingen