top of page

De theoretische basis van de Loopbaantrechter - kennisartikel

14 sep
6 minuten om te lezen


Veel mensen die loopbaanbegeleiding zoeken, weten best het een en ander over zichzelf. Ze kennen hun kwaliteiten, hebben nagedacht over hun waarden of beschikken over de uitslag van een persoonlijkheidstest. Maar daarmee is de belangrijkste vraag nog niet beantwoord: Welk werk past daar concreet bij?


De Loopbaantrechter is ontwikkeld om juist díe vertaalslag te maken. De methodiek begint bij ervaringen, interesses, favoriete activiteiten en gewenste werkomstandigheden. Deze informatie wordt stap voor stap teruggebracht tot mogelijke richtingen, concrete functies en uiteindelijk een concreet zoekprofiel en actieplan.


De Loopbaantrechter is ontstaan vanuit de praktijk van het loopbaanadvies. Tegelijkertijd sluit de werkwijze aan bij gevestigde theorieën over loopbaanontwikkeling. In dit artikel beschrijf ik de belangrijkste theoretische uitgangspunten.


Ervaringen als bron van zelfkennis

De Loopbaantrechter begint met ervaringen. De loopbaanadviseur vraagt de klant bijvoorbeeld naar momenten waarop deze enthousiast, betrokken of helemaal in zijn element was.

Wat deed iemand op zo’n moment?

Welke activiteiten gaven energie?

Waar ging de aandacht vanzelf naartoe?

Welke omstandigheden maakten dat iemand goed tot zijn recht kwam?


Eén ervaring zegt nog niet zoveel. Maar wanneer meerdere ervaringen worden onderzocht, worden vaak terugkerende patronen zichtbaar. Iemand blijkt bijvoorbeeld steeds plezier te beleven aan het ordenen van ingewikkelde informatie, het geruststellen van anderen, het verbeteren van werkprocessen of het bedenken van nieuwe mogelijkheden.


Deze manier van werken sluit aan bij de Career Construction Theory en bij narratieve benaderingen van loopbaanbegeleiding. In deze benaderingen wordt een loopbaan niet alleen gezien als een opeenvolging van functies. Mensen geven betekenis aan hun loopbaan door ervaringen te interpreteren en terugkerende thema’s in hun leven te herkennen (Savickas, 2012; Del Corso & Rehfuss, 2011).


De klant wordt dus niet uitsluitend van buitenaf beoordeeld. De klant onderzoekt het eigen verhaal en ontdekt daarin welke activiteiten, interesses en omstandigheden van betekenis zijn.


De wisselwerking tussen persoon en werkomgeving

Bij een passende loopbaankeuze gaat het niet alleen om wie iemand is. Het gaat ook om de omgeving waarin iemand tot zijn recht komt. Iemand kan bijvoorbeeld graag adviseren, maar ongelukkig worden in een sterk commerciële adviesfunctie. Een ander houdt van organiseren, maar niet van een werkomgeving waarin bijna alles vooraf is vastgelegd. Hetzelfde werk kan in verschillende organisaties een heel ander beroep lijken.


Daarom onderzoekt de Loopbaantrechter drie belangrijke onderdelen:

  • wat iemand graag doet;

  • welke onderwerpen, sectoren of werkvelden iemand interesseren;

  • onder welke omstandigheden iemand goed functioneert.


Dit sluit aan bij de theorieën over Person–Environment Fit. Het uitgangspunt daarvan is dat het functioneren en welbevinden van mensen mede worden bepaald door de aansluiting tussen persoonlijke kenmerken en de kenmerken van het werk en de werkomgeving. Binnen deze traditie valt onder andere het werk van John Holland. Holland onderscheidde verschillende typen mensen en werkomgevingen en onderzocht hoe de overeenkomst daartussen samenhangt met loopbaankeuzes en werktevredenheid (Holland, 1996).


Ook recenter onderzoek naar Person–Environment Fit benadrukt dat verschillende vormen van aansluiting een rol spelen. Denk aan de aansluiting tussen iemands vaardigheden en de eisen van het werk, maar ook tussen persoonlijke behoeften en wat een organisatie biedt (Van Vianen, 2018).


De Loopbaantrechter richt zich dus vooral op vragen als: Wat wil je doen, waar wil je je mee bezighouden en in welke omgeving kom je het beste tot je recht?


Eerst verbreden en daarna versmallen

Mensen die loopbaanadvies zoeken, willen vaak snel antwoord op de vraag welk beroep bij hen past. Dat is begrijpelijk, maar te vroeg kiezen kan de uitkomst juist beperken. Daarom wordt tijdens het uitvoeren van de Loopbaantrechter eerst informatie verzameld. De klant onderzoekt ervaringen, favoriete activiteiten, interesses en gewenste werkomstandigheden. Ook wensberoepen en fantasieberoepen kunnen daarbij een rol spelen. Zo’n wensberoep hoeft niet realistisch of direct uitvoerbaar te zijn. Het wordt in eerste instantie gebruikt als informatiebron en metafoor. De vraag: Wat trekt je precies aan in dit beroep?, staat voorop.


Misschien noemt iemand documentairemaker, terwijl het maken van films praktisch niet haalbaar is. Achter deze wens kunnen echter bruikbare aanwijzingen zitten: nieuwsgierigheid, zelfstandig onderzoek doen, maatschappelijke onderwerpen uitdiepen en verhalen van mensen zichtbaar maken. Die elementen kunnen ook in heel andere functies terugkomen. Pas wanneer voldoende informatie is verzameld, begint het versmallen. Mogelijkheden worden bedacht, onderzocht en met elkaar vergeleken.


Deze werkwijze sluit aan bij theorieën over loopbaanexploratie en loopbaanbesluitvorming. Een zorgvuldige loopbaankeuze vraagt zowel om zelfonderzoek als om onderzoek naar beroepen, opleidingen en werkvelden. Besluitvorming is een proces waarin informatie wordt verzameld, afgewogen en steeds verder geconcretiseerd (Gati, Levin & Landman-Tal, 2020).


De brug tussen zelfkennis en concrete functies

Veel loopbaaninterventies leveren vooral zelfinzicht op. Mensen ontdekken hun kwaliteiten, waarden, persoonlijkheidskenmerken, interesses of motieven. Dat kan waardevol zijn, maar het leidt niet automatisch tot zicht op passend werk.


Iemand kan bijvoorbeeld weten dat autonomie, creativiteit en maatschappelijk nut belangrijk zijn. Maar bij welke functies horen die woorden? En welke mogelijkheden zijn haalbaar gezien opleiding, ervaring, arbeidsmarkt en persoonlijke omstandigheden?


De Loopbaantrechter gaat daarom nadrukkelijk een stap verder. De verzamelde kernwoorden worden gebruikt om concrete functies te zoeken. Daarbij wordt bewust gekeken naar mogelijkheden op verschillende afstanden van de huidige situatie:

  • Een functie dichtbij: een logische vervolgstap die sterk aansluit bij de bestaande opleiding en werkervaring.

  • Een functie iets verder weg: een mogelijkheid die meer verandering vraagt, maar nog goed voorstelbaar en haalbaar is.

  • Een functie waarbij het roer omgaat: een verrassender mogelijkheid die zichtbaar wordt wanneer de huidige functie, sector of opleidingsrichting minder leidend wordt gemaakt.


De functies die hieruit voortkomen zijn concrete mogelijkheden die onderzocht moeten worden.

Dat onderzoek kan bestaan uit het bekijken van vacatures, lezen over een vakgebied, spreken met mensen die het werk al doen, een dag meelopen, een cursus volgen of een activiteit in de praktijk uitproberen.


De methode beweegt voortdurend tussen twee werelden: de persoon ⇄ concrete functies op de arbeidsmarkt. Deze beweging vormt de kern van de Loopbaantrechter.


De werkelijkheid doet mee

Een passende functie kan niet alleen aan tafel worden bedacht. De klant moet naar buiten om te onderzoeken of het beeld van een beroep overeenkomt met de werkelijkheid.

Wat houdt het werk dagelijks in?

Welke eisen stellen werkgevers?

Is er voldoende vraag naar deze functie?

Welke opleiding is nodig?

Welke onderdelen van het werk spreken aan en welke juist niet?

En past de werkomgeving bij wat iemand nodig heeft?


De klant vergelijkt de informatie uit dit praktijkonderzoek met de eerder verzamelde kernwoorden, wensen en mogelijkheden. Daardoor ontstaat steeds meer zicht op de vraag:

Welke functie past op dit moment het beste bij mij?


De woorden op dit moment zijn belangrijk. Een loopbaankeuze hoeft niet voor de rest van het werkzame leven geldig te zijn. De keuze moet passen bij de persoon, maar ook bij de huidige levensfase, mogelijkheden en arbeidsmarkt. Op basis daarvan kiest de klant een of meer best passende functies. Deze keuze wordt vervolgens vertaald naar een gericht zoekprofiel en een concreet actieplan.


Geen testuitslag maar een onderzoek

De Loopbaantrechter helpt de klant om op een systematische manier tot een goed onderbouwde keuze te komen. De loopbaanadviseur brengt daarbij deskundigheid in, stelt verdiepende vragen, herkent patronen en helpt bij de vertaalslag naar de arbeidsmarkt. De klant onderzoekt, vergelijkt en kiest uiteindelijk zelf.


Daarmee is de Loopbaantrechter geen test met aan het einde hét beroep. Het is een gezamenlijk onderzoeksproces waarin persoonlijke betekenis, de aansluiting met de werkomgeving, loopbaanexploratie en besluitvorming bij elkaar komen.


Leuk om te doen

De methode is voor loopbaanadviseurs zelf en voor de klant ook nog eens leuk om te doen. Het is een methode die focust op het positieve en op realistische mogelijkheden. Loopbaanadviseurs die met de Loopbaantrechter werken, omschrijven de methode als praktisch, helder opgebouwd, inclusief en versterkend voor klanten. Zij zien de methode als bruikbaar voor mensen met uiteenlopende opleidingsniveaus en culturele of sociaaleconomische achtergronden. De werkwijze heeft zowel diepgang als praktische waarde.

 

Bronnen

Del Corso, J., & Rehfuss, M. C. (2011). The role of narrative in career construction theory. Journal of Vocational Behavior, 79(2), 334–339.


Gati, I., Levin, N., & Landman-Tal, S. (2020). Decision-making models and career guidance. In J. A. Athanasou & H. N. Perera (Eds.), International handbook of career guidance (2nd ed., pp. 115–145). Springer.


Holland, J. L. (1996). Exploring careers with a typology: What we have learned and some new directions. American Psychologist, 51(4), 397–406.


Savickas, M. L. (2012). Life design: A paradigm for career intervention in the 21st century. Journal of Counseling & Development, 90, 13–19.


Van Vianen, A. E. M. (2018). Person–environment fit: A review of its basic tenets. Annual Review of Organizational Psychology and Organizational Behavior, 5, 75–101.

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page