top of page

Ik weet niet wat ik wil. Ik weet alleen dat ik dít niet meer wil - kennisartikel

4 dagen geleden
6 minuten om te lezen

Het is misschien wel een van de meest gehoorde zinnen in de loopbaanpraktijk:

“Ik weet niet wat ik wil. Ik weet alleen dat ik dit niet meer wil.”


Soms is de onvrede heel concreet. Iemand is klaar met de hoge werkdruk, de targets, het gebrek aan waardering of een leidinggevende, maar vaak is het vager. Het werk dat jarenlang prima was, voelt niet meer goed. De zondagavond wordt minder leuk. Er is weinig om naar uit te kijken. Je functioneert nog wel, maar het enthousiasme is verdwenen. En dan komt onvermijdelijk de vraag: wat wil ik dan wél?


Dat blijkt vaak veel moeilijker te beantwoorden en dat is niet zo vreemd. Er bestaan duizenden beroepen en functies en daarbinnen nog veel meer varianten. Een loopbaankeuze heeft bovendien veel 'ingrediënten'. Vaardigheden, interesses, waarden, werkomgeving, levensfase, financiële mogelijkheden en eerdere ervaringen spelen een rol. Wie vanuit onvrede meteen probeert te bedenken wat de volgende baan moet worden, vraagt dus nogal wat van zichzelf.


Begin bij de onvrede

Onvrede bevat vaak behoorlijk veel informatie. Want wát past er niet meer? Misschien vind je je vak nog steeds interessant, maar niet meer in deze organisatie. Misschien heb je niets tegen je werkgever, maar ben je uitgekeken op het soort werkzaamheden dat je iedere dag doet.

Misschien wil je minder verantwoordelijkheid, of juist meer. Misschien wil je geen ander werk, maar meer autonomie, minder administratie of meer contact met mensen.


Onderzoek naar person-environment fit laat zien dat het functioneren en welzijn van mensen niet alleen samenhangt met kenmerken van de persoon of met kenmerken van het werk, maar juist met de combinatie. Wat iemand nodig heeft en belangrijk vindt, moet in voldoende mate terug te vinden zijn in de werkomgeving.


Maak van ‘ik wil dit niet meer’ iets bruikbaars

Kijk bijvoorbeeld eens naar de inhoud van het werk. Welke werkzaamheden doe je veel, maar zou je het liefst uit je agenda schrappen? En welke onderdelen van je werk vind je eigenlijk nog steeds leuk?


Kijk vervolgens naar de werkomgeving. Hoeveel vrijheid heb je? Hoe hoog ligt het tempo? Werk je alleen of juist steeds met anderen? Is er ruimte om zelf beslissingen te nemen? Past de cultuur bij je?


En kijk naar de betekenis van het werk. Vind je het onderwerp waarmee je bezig bent nog interessant? Voel je je betrokken bij de mensen voor wie je werkt, het product dat je maakt of het doel waaraan je bijdraagt?


Ten slotte speelt ook je levensfase een rol. Werk dat op je dertigste uitstekend bij je paste, hoeft dat op je vijftigste niet meer te doen. Misschien zijn andere dingen belangrijker geworden. Door over al deze aspecten na te denken kun je “ik wil dit niet meer” omzetten naar informatie.


Je hoeft nog geen beroep te kiezen

Een veelgemaakte denkfout is dat je vanuit de eerste onvrede meteen op zoek moet naar een nieuw beroep. Dan wordt de vraag iets als: Ik ben beleidsadviseur en ik wil dit niet meer. Wat moet ik dan worden?


Het probleem is niet alleen dat er veel mogelijkheden zijn. Vaak ontbreken ook duidelijke criteria om die mogelijkheden mee te beoordelen. Dan kun je eindeloos door vacatures scrollen. Projectmanager? Misschien. Docent? Ook interessant. Iets met duurzaamheid? Wie weet. Een eigen bedrijf? Ooit over gedacht. Daarom is het verstandiger om niet te beginnen met beroepen, maar met criteria. Wat moet je dan wél helder krijgen?


Drie vragen kunnen helpen om het speelveld kleiner te maken:

1. Wat doe je graag?

Dat is iets anders dan vragen waar je goed in bent. Mensen zijn soms heel goed geworden in werkzaamheden waar ze weinig plezier meer aan beleven. Jarenlange ervaring kan van iemand een uitstekende vergadervoorzitter, planner of troubleshooter hebben gemaakt, zonder dat diegene daar nog langer mee bezig wil zijn.

Kijk daarom naar activiteiten waarvan je energie krijgt. Vind je het prettig om problemen uit te pluizen? Mensen op weg te helpen? Iets te organiseren? Dingen te maken? Informatie begrijpelijk te maken? Te onderzoeken? Te onderhandelen? Nieuwe ideeën te ontwikkelen?

Ervaringen uit het verleden kunnen daar informatie over geven.


2. Onder welke omstandigheden werk je graag?

Dezelfde activiteit kan in de ene omgeving fantastisch zijn en in een andere omgeving verschrikkelijk. Iemand die graag adviseert, kan floreren wanneer er veel vrijheid en inhoudelijke verdieping is en leeglopen wanneer ieder advies binnen twintig minuten moet worden afgerond.


Denk daarom niet alleen na over wat je wilt doen, maar ook over hoe je wilt werken: Veel of weinig contact met anderen? Een duidelijk kader of juist vrijheid? Een hoog tempo of tijd om ergens diep in te duiken? Grote organisatie of kleine organisatie? Veel verantwoordelijkheid of juist minder? Op kantoor, onderweg, thuis, buiten?

Dit sluit aan bij onderzoek naar person-environment fit: passend werk gaat niet alleen over de inhoud van een functie, maar ook over de mate waarin behoeften, waarden en kenmerken van iemand aansluiten bij wat een werkomgeving biedt.


3. Waar wil je mee bezig zijn?

Dan gaat het om interessegebieden. De één wordt enthousiast van onderwijs, een ander van techniek, gezondheid, geschiedenis, duurzaamheid, cijfers, voedsel, kunst of sociale vraagstukken. Dat lijkt misschien een eenvoudige vraag, maar ze wordt bij loopbaankeuzes nogal eens overgeslagen. We denken snel in functies: wat kan ik worden? Terwijl het soms veel gemakkelijker is om eerst te onderzoeken: waar wil ik eigenlijk mijn tijd aan besteden?


Zoek patronen in echte ervaringen

Je hoeft de antwoorden op deze vragen niet uit het niets te verzinnen. Kijk naar je ervaringen tot nu toe: Wanneer had je het de afgelopen jaren echt naar je zin in je werk? Wat was je toen aan het doen? Met wie? Waarom beviel dat? Wanneer vloog de tijd voorbij? Over welke werkdag kwam je enthousiast thuis?


En kijk niet alleen naar je huidige baan. Denk ook aan eerdere banen, opleidingen, vrijwilligerswerk, projecten en bezigheden buiten het werk. De loopbaantheorie van Mark Savickas sluit hierbij aan. Binnen zijn benadering van career construction en life design wordt de loopbaan niet gezien als één keuze die je op basis van een paar kenmerken maakt. Door concrete ervaringen en verhalen te onderzoeken, kunnen terugkerende patronen zichtbaar worden en kan iemand van daaruit richting geven aan een volgende stap.


Dat betekent dat de vraag “Wat wil ik?” te groot is. De vraag “Kun je me vertellen over een paar momenten waarop je echt met plezier aan het werk was?” is veel gemakkelijker te beantwoorden en vaak informatiever.


Van antwoorden naar criteria

Langzaam ontstaat zo een lijst met woorden. Bijvoorbeeld:

problemen oplossen – mensen verder helpen – zelfstandig werken – afwisseling – inhoudelijke verdieping – maatschappelijke onderwerpen – kleine teams – weinig bureaucratie.


Dit zijn criteria waarmee je mogelijkheden kunt gaan beoordelen. Dat sluit aan bij het werk van loopbaanonderzoeker Itamar Gati. In zijn model voor loopbaanbesluitvorming wordt niet geprobeerd om uit alle mogelijke beroepen onmiddellijk de juiste te kiezen.

Het proces verloopt in stappen: eerst wordt het aantal mogelijkheden teruggebracht, vervolgens worden kansrijke mogelijkheden nader onderzocht en pas daarna wordt een keuze gemaakt. Dat is een wezenlijk ander proces dan achter een vacaturesite gaan zitten en hopen dat je nieuwe toekomst toevallig voorbijkomt.


Doe onderzoek

Praat met iemand die ander werk doet. Loop eens een dag mee. Zoek uit welke functies bestaan binnen een sector die je interessant vindt. Lees over ontwikkelingen in een vakgebied. Volg een workshop. Kijk naar vacatures zonder te solliciteren en onderzoek welke onderdelen je aantrekken of juist afstoten. Ook dat past bij een moderne kijk op loopbaanontwikkeling. Savickas beschrijft loopbaanontwikkeling als een proces waarin mensen betekenis geven aan ervaringen en van daaruit volgende stappen construeren.


Van ‘weg van’ naar ‘op weg naar’

Zo verandert onvrede in richting en daarna wordt het interessant om te onderzoeken welke concrete functies en werkomgevingen daarbij passen.


Dus: eerst begrijpen waar je onvrede precies in zit. Vervolgens ontdekken welke activiteiten je graag doet, onder welke omstandigheden je tot je recht komt en met welke onderwerpen je bezig wilt zijn. Daar maak je criteria van. Je gaat mogelijkheden onderzoeken, uitproberen, vergelijken en uiteindelijk kiezen.


"Ik weet niet wat ik wil" is daarmee geen doodlopende weg. Het is vaak het begin van een goede loopbaanvraag.


Voor wie meer wil weten

Gati, I. & Asher, I. (2001). Prescreening, In-Depth Exploration, and Choice: From Decision Theory to Career Counseling Practice. The Career Development Quarterly, 50(2), 140–157.


Savickas, M. L. (2012). Life Design: A Paradigm for Career Intervention in the 21st Century. Journal of Counseling & Development, 90(1), 13–19.


Van Vianen, A. E. M. (2018). Person–Environment Fit: A Review of Its Basic Tenets. Annual Review of Organizational Psychology and Organizational Behavior, 5, 75–101.

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page