Als AI ons werk overneemt, waarvan leven we dan? - kennisartikel
Over inkomen, zingeving en de nieuwe opdracht voor loopbaanadvies.

De discussie over AI en werk gaat meestal over vaardigheden: wat moet je leren om inzetbaar te blijven? Maar daarachter liggen twee veel grotere vragen. Als AI werkelijk veel betaalde arbeid overneemt, hoe verdelen we dan het inkomen? En waar vinden mensen betekenis wanneer werk niet langer het middelpunt van hun leven is?
Niemand weet hoeveel banen door AI zullen verdwijnen. De International Labour Organinization schat dat wereldwijd ongeveer een kwart van de banen in enige mate aan AI is blootgesteld. Bij de meeste beroepen ligt verandering van taken meer voor de hand dan volledige vervanging. Dat is geruststellend, maar slechts ten dele. Ook als banen niet massaal verdwijnen, kunnen functies krimpen, instroommogelijkheden afnemen en opbrengsten steeds meer terechtkomen bij de bezitters van technologie.
Daarom moeten we niet wachten tot het zover is. De komst van AI dwingt ons nu al na te denken over een afspraak waarop onze samenleving rust: voor de meeste mensen zijn inkomen, maatschappelijke deelname, status, dagstructuur en zingeving verbonden in één pakket: de betaalde baan.
Werk levert veel meer dan salaris
Betaald werk heeft een belangrijke functie: het verschaft inkomen. Maar het vervult ook minder zichtbare psychologische en sociale functies. De sociaal psycholoog Marie Jahoda benoemde onder meer tijdstructuur, sociale contacten, activiteit, status en het gevoel bij te dragen aan een gezamenlijk doel. Recente meta-analytische bevindingen ondersteunen dat werkenden gemiddeld meer toegang hebben tot deze functies dan mensen zonder werk en dat het ontbreken ervan samenhangt met een slechtere mentale gezondheid.
Dat verklaart waarom baanverlies vaak harder aankomt dan het verlies van salaris alleen. Je verliest namelijk ook collega's, een ritme, een identiteit en het antwoord op de vraag: wat is mijn nut? De klassieke openingsvraag op een verjaardag: ‘Wat doe jij?’ wijst zelden naar iemands moestuin of mantelzorg. We bedoelen meestal: wat is jouw betaalde functie en waar sta je op de maatschappelijke ladder?
In mijn boek ‘Werk en Zingeving’ beschrijf ik werk als een belangrijk zingevingssysteem. Via werk kunnen mensen ervaren dat ze ergens bij horen, hun mogelijkheden gebruiken, zich ontwikkelen en iets bijdragen dat ertoe doet. Dat maakt werk waardevol. Het maakt ons tegelijkertijd kwetsbaar als we vrijwel alle betekenis op één kaart zetten.
De eerste vraag: wie ontvangt de opbrengst van AI?
Stel dat AI ons in staat stelt met veel minder menselijke arbeid evenveel of meer te produceren. Economisch gezien ontstaat dan extra waarde. De kernvraag is niet alleen hoeveel werk er verdwijnt, maar wie die waarde ontvangt. Als de productiviteitswinst vooral naar aandeelhouders en technologiebedrijven gaat, neemt de ongelijkheid toe. Als de opbrengst breder wordt verdeeld, kan technologische vooruitgang juist meer bestaanszekerheid en vrije tijd mogelijk maken.
Het IMF waarschuwt dat AI inkomens- en vermogensongelijkheid kan vergroten, onder meer doordat mensen met kapitaal en passende vaardigheden sterker profiteren. Het fonds noemt daarom sociale bescherming, scholing en belastingbeleid als belangrijke instrumenten om de baten breder te verdelen.
In onze whitepaper ‘Klaar voor de arbeidsmarkt van de toekomst’ (gratis te downloaden onderaan onze website) benoem ik vijf denkrichtingen m.b.t. de vraag waar de opbrengsten van AI naartoe zou kunnen gaan:
een basisinkomen of een andere vorm van gegarandeerde inkomenszekerheid;
levenslang leren en toegankelijke scholing;
herwaardering van activiteiten die maatschappelijk waardevol zijn maar niet of nauwelijks worden betaald;
arbeid delen en de werkweek verkorten;
sterkere sociale vangnetten.
Geen van deze oplossingen is eenvoudig. Het Finse basisinkomenexperiment leidde bijvoorbeeld slechts tot beperkte werkgelegenheidseffecten, maar deelnemers ervoeren wel meer economische zekerheid en een beter mentaal welzijn. Onderzoek naar de vierdaagse werkweek laat zien dat korter werken onder bepaalde voorwaarden het welzijn kan verbeteren zonder dat de prestaties hoeven te dalen. Zulke experimenten laten zien dat onze huidige koppeling tussen uren, inkomen en productiviteit geen natuurwet is.
De tweede vraag: waar vinden we betekenis?.
Een inkomen kan worden herverdeeld. Zingeving laat zich niet maandelijks overmaken. Wanneer mensen minder of niet meer werken, ontstaat betekenis niet automatisch in de vrijgekomen uren. Vrije tijd is prettig, maar een permanent lege agenda is nog geen zinvol leven. Als betaald werk vermindert, moeten de functies die werk vervulde ergens anders worden georganiseerd.
Dat hoeft niet te betekenen dat iedereen een grootse levensmissie moet hebben. Betekenis zit vaak in gewone activiteiten: zorgen voor iemand, iets maken, leren, een buurtinitiatief opzetten, dieren verzorgen, kennis doorgeven, muziek maken of ergens elke dinsdag verschijnen om een vraag van iemand te bespreken. Onderzoek naar bronnen van betekenis wijst steeds opnieuw op het belang van relaties, verbondenheid, persoonlijke groei en bijdragen aan anderen.
We zouden daarom breder moeten leren kijken naar productiviteit. Mantelzorg, vrijwilligerswerk, opvoeding, gemeenschapswerk en creativiteit leveren echte waarde op, ook wanneer er geen factuur achteraan komt. Als betaalde arbeid schaarser wordt, moet maatschappelijke erkenning niet uitsluitend blijven hangen aan een loonstrook.
Van één loopbaan naar een portfolio van betekenis
Voor individuen betekent dit dat het verstandig kan zijn om niet al hun inkomen, identiteit, contacten en gevoel van nut uit dezelfde bron te halen. Naast een financieel portfolio hebben we misschien een zingevingsportfolio nodig: verschillende activiteiten die samen voorzien in wat een mens nodig heeft.
Zo'n portfolio kan bestaan uit:
betaald werk voor inkomen en vakmanschap;
relaties en gemeenschappen voor verbondenheid;
zorg of vrijwilligerswerk voor bijdrage en betekenis;
leren, maken of ondernemen voor ontwikkeling en autonomie;
rust en reflectie.
Niet iedereen heeft dezelfde mogelijkheden om zo'n portfolio op te bouwen. Wie financieel onzeker is, heeft minder ruimte om onbetaald bij te dragen of zich om te scholen. Praten over zingeving zonder bestaanszekerheid wordt al snel een luxegesprek. Inkomen is daarom geen concurrent van betekenis, maar een voorwaarde om betekenis te kunnen vinden.
Wat betekent dit voor loopbaanadvies?
Loopbaanadvies is traditioneel gericht op het vinden van passend betaald werk. Die opdracht blijft bestaan, zeker zolang inkomen hoofdzakelijk via arbeid wordt verdeeld. Maar wanneer werk verandert, moet ook het loopbaangesprek breder worden.
De loopbaanprofessional kan mensen helpen om drie zaken uit elkaar te halen die nu vaak door elkaar lopen:
Waarmee verdien ik mijn inkomen?
Waar lever ik een bijdrage die voor mij en anderen waardevol is?
Waar en hoe ervaar ik verbondenheid, ontwikkeling, structuur en identiteit?
Soms komen de antwoorden samen in één baan. Soms is een combinatie realistischer: een parttime functie voor bestaanszekerheid, aangevuld met werk als zelfstandige, mantelzorg, vrijwilligerswerk of een creatief project. Inkomen en werkplezier hoeven niet volledig uit dezelfde bron te komen. Zingeving en betaald werk evenmin. Zelf combineer ik al jaren het opleiden van loopbaanprofessionals met het runnen van een dierentehuis. Beide zinvol, maar niet allebei inkomen genererend.
Loopbaanprofessionals kunnen daarnaast een publieke rol vervullen. Zij zien vroeg welke groepen worden geraakt, welke taken verdwijnen en waar omscholing werkelijk kansrijk is. Daarmee kunnen zij niet alleen individuen begeleiden, maar ook werkgevers en beleidsmakers confronteren met vragen over kwaliteit van werk en de verdeling van kansen.
We moeten niet alleen mensen toekomstbestendig maken
Veel beleid rond AI richt zich op aanpassing: mensen moeten digitaal vaardiger, flexibeler en permanent leerbereid worden. Dat is nodig, maar niet voldoende. We moeten niet alleen mensen geschikt maken voor de arbeidsmarkt van de toekomst. We moeten ook nadenken over een arbeidsmarkt en samenleving die geschikt blijven voor mensen.
Als AI veel onaantrekkelijk en routinematig werk overneemt, kan dat een bevrijding zijn. Als dezelfde technologie inkomen, zeggenschap en betekenis bij een kleine groep concentreert, is het tegenovergestelde mogelijk. De uitkomst ligt niet besloten in de techniek. Zij hangt af van de keuzes die organisaties, overheden en samenleving maken over eigendom, verdeling, arbeidstijd, sociale zekerheid en waardering.
De grote loopbaanvraag van het AI-tijdperk is daarom misschien niet: welke baan past straks nog bij mij? Maar: hoe bouwen we een leven waarin mensen bestaanszekerheid ervaren, nodig kunnen zijn en betekenis kunnen vinden - ook wanneer betaald werk een kleinere plaats inneemt?
Voor wie meer wil weten
Gmyrek, P., Berg, J., Kamiński, K., Konopczyński, F., Ładna, A., Nafradi, B., Rosłaniec, K., & Troszyński, M. (2025). Generative AI and jobs: A refined global index of occupational exposure. International Labour Organization. https://www.ilo.org/publications/generative-ai-and-jobs-2025-update
International Monetary Fund. (2024). Broadening the gains from generative AI: The role of fiscal policies. IMF Staff Discussion Note 2024/002. https://www.imf.org/en/publications/staff-discussion-notes/issues/2024/06/11/broadening-the-gains-from-generative-ai-the-role-of-fiscal-policies-549639
Jahoda, M. (1982). Employment and unemployment: A social-psychological analysis. Cambridge University Press.
Jansen, H. (2017). Werk en zingeving. Bries.
Jansen, H. (2026). Klaar voor de arbeidsmarkt van de toekomst: Werk in een tijdperk van AI en het belang van loopbaanadvies [Whitepaper].
Paul, K. I., Scholl, H., Moser, K., Zechmann, A., & Batinic, B. (2023). Employment status, psychological needs, and mental health: Meta-analytic findings concerning the latent deprivation model. Frontiers in Psychology, 14, 1017358.
Fan, W., Schor, J. B., Kelly, O., & Gu, G. (2025). Work time reduction via a 4-day workweek finds improvements in workers' well-being. Nature Human Behaviour, 9, 2153-2168.
Sociaal-Economische Raad. (2025). AI en werk: Samen naar een werkende toekomst met AI. https://www.ser.nl/nl/adviezen/ai-en-werk
Sociaal en Cultureel Planbureau. (2025). Meedoen in 2050: Leren van wensen voor de toekomst. https://www.scp.nl/documenten/2025/09/23/meedoen-in-2050
Verho, J., Hämäläinen, K., & Kanninen, O. (2022). Removing welfare traps: Employment responses in the Finnish basic income experiment. American Economic Journal: Economic Policy, 14(1), 501-522.
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. (2020). Het betere werk: De nieuwe maatschappelijke opdracht. https://www.wrr.nl/documenten/rapporten/2020/01/15/het-betere-werk
Zulauf, C. A., et al. (2021). What matters most in life? A German cohort study on the sources of meaning and their neurobiological foundations in four age groups. Frontiers in Psychology, 12, 777751.







Opmerkingen